top of page
Zoeken

Egyptoloog wou ik worden. Wat ik overhield aan een gesprek over wetenschap, moed en anders-zijn

Foto van schrijver: Sara Bastiaensens
Sara Bastiaensens
5 okt
4 minuten om te lezen

Als kind wilde ik Egyptoloog worden. Niet voor de stenen, hoe prachtig die ook zijn, maar voor de mensen: hoe leefden ze, waarin geloofden ze, wat vonden ze vanzelfsprekend? Dat ik daarvoor in Egypte zou moeten wonen, bleek een dealbreaker. Maar de nieuwsgierigheid is gebleven. Elke training, elk teamgesprek voelt voor mij een beetje als op reis gaan.

Daar kwam ik opnieuw op uit toen ik te gast was in de podcast van Anne Van Caeneghem, waar we een namiddag lang filosofeerden over wetenschap, leiderschap en neurodiversiteit. Dit zijn de gedachten die ik meenam.



Wetenschap is een levend iets


Ik ben dankbaar voor mijn wetenschappelijke vorming, maar niet omdat die me antwoorden gaf. Ze leerde me vooral een manier van kijken: openstaan voor andere denkbeelden dan de mijne, en mezelf regelmatig vragen "wat denk ik hier nu, en welk bewijs heb ik daarvoor?" Bewijs uit verschillende bronnen, niet uit één.

Wanneer iemand zegt "de wetenschap zegt…", denk ik dan ook: dé wetenschap bestaat niet. Er zijn stromingen, vakgebieden en methoden die elk een stuk van de werkelijkheid zichtbaar maken. En niet alles uit de menswetenschappen laat zich vatten in gecontroleerde, grootschalige studies. Rouw, leiderschap of teamdynamiek bestaan niet in een vacuüm. Een model is dan een hulpmiddel, geen dogma. Het wordt pas problematisch wanneer je mensen in een stappenplan wil duwen dat hen niet past.


Een inzicht zit al in je


Ik hou van het woord in-zicht: iets in jezelf zien. Als ik training geef aan startende leidinggevenden, merk ik hoe vaak ze binnenkomen met de vraag "doe ik het wel goed?". En hoe bevrijdend het is om te ontdekken dat veel van wat ze intuïtief al doen, gewoon goed zit.


Daarom zie ik mezelf als facilitator en niet als iemand die komt vertellen hoe het moet. Ik reik kaders aan, en de deelnemers maken de reis, in zichzelf en met elkaar. Maar een inzicht is pas een begin. Het echte werk is de vertaling naar actie, in jouw situatie, jouw team, jouw dag.


Onder de waterlijn


Een leider die verandering wil doorvoeren, moet anderen meenemen. Mensen overtuigen door te raden wat voor hen belangrijk is, lijkt efficiënt, maar kweekt op termijn weerstand. Beter is oprecht vragen: "Dit is mijn idee. Hoe zit jij daarin? Wat zie jij wat ik niet zie?"


Dat kost tijd, en die tijd hebben leiders vaak niet. Ik ben ervan overtuigd dat ze zich terugverdient. Weerstand die je negeert, verdwijnt niet. Ze zit onder de waterlijn, in mensen die de richting niet echt begrijpen, die niet durven zeggen dat iets niet werkt, of die op termijn vertrekken. Een paar focusgroepen vooraf en een terugkoppeling achteraf over wat je met de input hebt gedaan, maken veel verschil. Je wil die onderstroom boven water krijgen voordat hij een probleem wordt.



Het vraagt moed om in de arena te staan


Mijn favoriete quote is van Theodore Roosevelt, die ik leerde kennen via Brené Brown: het gaat niet om de criticus, maar om wie echt in de arena staat. Twee dingen blijven me bij.

Het eerste is dat het eenvoudig is om kritiek te geven vanaf de zijlijn. Ik probeer selectief te zijn in welke stemmen ik binnenlaat. Het tweede is dat het de moeite loont om te strijden voor iets waar je in gelooft. Dan is een keer vallen minder erg.

Ik merk ook dat de grootste lessen zich in de stretchzone bevinden. Je comfortzone ligt vaak verder dan je denkt, en een goede sparringpartner helpt je dat te zien.


Anders zijn, anders denken


Mijn zoektocht naar neurodiversiteit begon thuis, met een van mijn kinderen. Mijn zoon was ondergestimuleerd in de klas, en sloeg uiteindelijk een jaar over. Ik begon me natuurlijk in te lezen, en wat ik ontdekte bij het lezen over hoogbegaafdheid, veranderde ook hoe ik naar mezelf keek. Het voelde als thuiskomen. Ik had me mijn hele leven al anders gevoeld, en plots was daar een kader dat zei: dit is niet gek, dit is een manier van zijn. Gezien worden is een basisbehoefte, en erkenning kan enorm opluchten.

Neurodiversiteit betekent dat breinen op verschillende manieren bedraad zijn, net zoals er biodiversiteit is in de natuur. Hoogbegaafdheid, autisme, ADHD, dyslexie: het zijn biologische variaties waarvan de ene niet beter is dan de andere. Volgens schattingen is ongeveer één op vijf mensen neurodivergent, en velen weten dat niet of durven het niet te zeggen. In elk team zit dus waarschijnlijk iemand om wie dit gaat.


Op de werkvloer zie ik hoe vaak het om een mismatch met de omgeving gaat en niet om een tekort bij de persoon. Wat helpt voor neurodivergente mensen, zoals ruimte voor een ander werkritme of duidelijkere afspraken, is meestal ook goed voor de rest. Het begint bij kennis en bij het gesprek aangaan: wat heb jij nodig?

Ik ben ook eerlijk over de keerzijde. Hoogbegaafdheid wordt vaak enkel met talent geassocieerd, terwijl de uitdagingen even reëel zijn. Kwetsbaar zijn vraagt moed, zeker in een context die voorschrijft hoe een goede professional of leider hoort te zijn.


Zaadjes planten


Neurodiversiteit is voor mij geen onderwerp, maar een missie. Ik wil mensen helpen om te ontdekken waar hun talenten liggen en welke barrières ze mogen wegnemen, zonder dat ze zich in een hokje moeten wringen. En ik wil in organisaties zaadjes planten, zodat het besef groeit: hier moeten wij iets mee.

Daarom werk ik samen met Anne aan het Gifted Leadership Traject en schreven we samen het boek Gifted Leaders. Van taboe naar impact bij hoogbegaafd leiderschap, dat op 16 november 2026 bij Pelckmans Uitgeverij verschijnt.


Benieuwd of dit in jouw team of organisatie speelt? Bel me, mail me via info@sarabastiaensens.be of zoek me op via LinkedIn. Sparren is niet enkel voor met Kerst.


 
 
 

Opmerkingen


bottom of page